Ingezonden brief
01-12-2025
Ingezonden brief
Sinds de laatste berichtgeving van de IJmuider Courant over dit onderwerp zijn er wat brieven naar en van Rijkswaterstaat geschreven en is er gebeld met de jurist van de Gemeente Velsen en die van Rijkswaterstaat. Het laatste nieuws is dat “een driehoeksoverleg niet aan de orde is” omdat Rijkswaterstaat “het verder onderzoek naar het vervolg van de ingezette handhaving” wil afwachten (lees; handhaving die nog niet heeft plaatsgenomen maar wat Rijkswaterstaat goed uitkomt als het lijkt dat dit al is ingezet).
Daarmee spreken ze hun eigen statement in de krant behoorlijk tegen waarin RWS stelt “dat er op dit moment in het beheersgebied geen ligplaatsen beschikbaar zijn om aan te bieden” en “dit hebben we al een aantal keer in gesprekken met de woonbootbewoners toegelicht. Een ligplaats kan worden toegewezen door de gemeente op basis van een aanpassing van een bestemmingsplan. Rijkswaterstaat heeft aangegeven daarin mee te willen denken”.
Het enige wat er gebeurd is een toename van feiten die Rijkswaterstaat verdraait.
Rijkswaterstaat probeert geheel de handen van de zaak af te trekken, maar ziet er wel op dat er een handhavingsactie behandeld wordt door de gemeente Velsen.
Illegaal
Een woonboot die zij verplaatst hadden naar Zijkanaal B werd een serie dwangsommen opgelegd door de gemeente van tientallen duizenden euro per week zolang de eigenaar zijn schip niet weghaalde van de ‘illegale’ ligplaats, zo heeft de de rijksjurist zich laatst aan de telefoon met ondergetekende laten ontvallen. Deze ligplaats was gecreëerd door Rijkswaterstaat. Voor Rijkswaterstaat was het een principekwestie dat een ligplaats die zij gecreëerd hadden door de gemeente als ‘illegaal’ bestempeld was. Daarom heeft Rijkswaterstaat des tijds de proceskosten en dwangsommen betaald. Dit heeft begrijpelijke het nodige kwaad bloed gezet.
Deze manier van laster, het tot ‘illegaal’ benoemen van een ligplaats omdat het niet bestemd is, is ook bij ons toegepast. Tot een paar jaar geleden leek dit nog een succesvolle manier om ligplaatsen te bestrijden voor de Gemeente Velsen. Pas in 2022 werd het bezwaar van de gemeente Velsen, dat het volgens de ruimtelijke ordening geen vergunning kon afgeven aan meneer Frank, van tafel geveegd door de Raad van State.
Bij de correspondentie van vorig jaar met de gemeente had het er alle schijn van dat er goede bedoelingen schuilen achter haar beleid. Des gevraagd moest er meer duidelijkheid komen, werd er gevraagd naar onze mentale welgesteldheid en informatie uitgewisseld. Op mijn aandringen is er een gesprek geweest om aan de gemeente jurist op het hart te drukken dat een besluit die hij en de wethouder nemen gevolgen heeft voor mensen.
Verder wou ik benadrukken dat de vorige wethouder die ruimtelijke ordening in de portefeuille had, meende dat hij “met handen en benen gebonden was omdat ‘het onder de rechter’ was” en daardoor niet kon overleggen met de woonbootbewoners. Ik was er bang voor dat dit nu weer kon gebeuren. Door de jurist werd mij gezegd dat dit niet zou gebeuren. Echter merk ik nu al dat er met veel meer voorzichtigheid wordt gecommuniceerd omdat Rijkswaterstaat “alleen tegemoet wil komen in de juridische kosten” en “handhaving door de gemeente Velsen als enige oplossing ziet om een dreiging voor de nationale veiligheid af te wenden”. Dit laatste hebben wij te horen gekregen tijdens een gesprek met de wethouder te IJmuiden.
Helaas wordt de zaak nog steeds overschaduwt door wat er in het verleden is gebeurd. Met name hoe het vertrouwen is geschaad. Achteraf is het enigszins begrijpelijk dat er op het moment dat het oog van de overheid (gemeente, provincie en het rijk) op het Binnenspuikanaal viel voor het nieuwe windpark, er voor gekozen is om de bewoning aldaar te belasteren als ‘illegaal’.
De toon van de gemeente was dwingend en uit de hoogte toen bleek dat het Rijkswaterstaat niet lukte om de ontheffingen in te trekken. Gemeente eiste van Rijkswaterstaat dat er hoger beroep aangetekend werd tegen de uitspraak van de rechtbank in Haarlem en dreigde met een handhavingsverzoek. Sinds de zaak van meneer Frank van het Zijkanaal een andere uitkomst heeft gehad dan gemeente wenste is de situatie verandert. Daarna hebben zij wat, onze zaak aangaat, zelf brieven geschreven waarin er wordt medegedeeld dat de gemeente verplicht is om te handhaven wanneer belanghebbenden hierom verzoeken en in een volgende brief overgangsrecht toegekend. Daarom heeft de gemeente Velsen nu een probleem.
Nu zijn de rollen omgedraaid. Rijkswaterstaat meent geen verantwoordelijkheid meer te hebben in de zaak. De gemeente moet het voor hun oplossen. De jurist en de wethouder lijken zich voor het karretje te laten spannen.
CNB
Maart 2022 is er een verkeersbesluit gepubliceerd wat ons, vanwege onze postcode, geheel is ontgaan. Hierin werd onder meer vanwege de werkzaamheden van de bouw van de Selectieve Onttrekking, of beter bekende Zoutdam, het Binnenspuikanaal onttrokken van de vaarweg.
Het standpunt van Rijkswaterstaat leunt heel sterk op dat besluit van het Centraal Nautisch Beheer. Dat is ook de grond van de nieuwe beleidsregel van Rijkswaterstaat die het Binnenspuikanaal de facto vogelvrij verklaard.
Het standpunt van Rijkswaterstaat is dat de ligplaatsontheffingen zijn ‘verlopen’ of ingetrokken en legt daarmee uitspraak van de rechter naast zich neer. Het intrekken van de huurovereenkomsten is ook gemotiveerd doordat Rijkswaterstaat meent dat de ontheffingen zijn ingetrokken. Doordat het Binnenspuikanaal nu niet meer onder het BPR valt, vervalt ook de ontheffingsplicht. Omdat er nu geen ontheffingen zijn en geen huurovereenkomsten is er sprake zijn van strijdig gebruik van staatseigendom, aldus Rijkswaterstaat. Met dit verhaal is Rijkswaterstaat ook naar de gemeente gestapt met een handhavingsverzoek.
Zo ook is de mogelijkheid van in- en uitvaren ‘geen recht’ maar coulance, aldus het afdelingshoofd.
Hierdoor zie ik geen andere mogelijkheid dan bezwaar te maken bij het CNB, welke gemandateerd is door alle gemeenten langs het Noordzeekanaal voor alle nautische zaken, tegen het afwijzen van mijn verzoek tot herziening van het verkeersbesluit van maart 2022.
Het is uiteraard niet zo dat wij aansturen om een juridische escalatie maar wij staan met onze rug tegen de muur. Helaas moeten wij het nu met beperkte middelen opnemen tegen overheden die liever belastinggeld weggeven aan juristen, omgevingsmanagers, communicatiemanagers en tenminste in een geval zelfs een heel advocatenteam om hun belang juridisch helemaal dicht te timmeren dan tegemoet te komen aan de eerlijke burger. Maar ik heb nog steeds vertrouwen, soms tegen beter weten in, dat wij in een rechtstaat leven, waar wat krom, krom is en wat recht, recht.